België Interim Vastgoedbeheer

Mijn ministrie voor jouw huis?

Ze hebben verse lakens gelegd. Ze hebben tomatensoep gekookt en ontbijt in huis gehaald. Ze hebben de huissleutel van hun bos gehaald. Met een aanstekelijk enthousiasme bereiden Angelique en Bart zich voor op een bescheiden woonexperiment. Ze verhuizen voor een dag naar elkaars huis, elkaars stad en elkaars stijl.

Angelique is dertig, een flapuit die ook al in Nederland en Italië woonde. Ze is haar diploma bachelor Culturele en Maatschappelijke vorming aan het halen en combineerd dat met jobs in de horeca en als opvoedster. In het voorbij anderhalve jaar verhuisde ze zeven keer, de laatste keer naar Gent.

Bart is 34 en is al tien jaar architect. Hij is een Leuvenaar met de geest van een reiziger. In 2007 kocht hij een huis in de rij, dat hij naar zijn eigen smaak hertekende. Vijftien maanden lang werkten hij en zijn vader aan de transformatie van een oubollig, gecompartimenteerd huis uit 1910 tot een compacte, lichte designwoning.

Ook Angeliques stek draagt en eigen stempel, zij het een totaal andere. Sinds juni betrekt ze drie ruimtes in het voormalig Ministerie van Financiën in de Bagattenstraat in Gent, waar ambtenaren dit voorjaar hun laatste uren sleten. Samen met vijf anderen –van studenten tot een veertiger muzikant- bewoont en verzorgt ze het monumentale gebouw. Haar bescheiden financiële toestand maakt een eigen huis tot een verre droom.

Het is dan ook gezwind en gezwierd dat ze haar roze koffer over de drempel tilt van Barts huis. Dat ziet er aan de buitenkant uit als een conventionele rijwoning. Maar het geometrische ontwerp, in tonen van wit en donkergrijs, maakt het binnen tot een staaltje van moderne architectuur. Lichtpeertjes vormen een stippellijn die op het plafond naar de leefkeuken loopt. Daar trekt blauw licht een fijne streep onder de gelakt, witte inbouwkasten. De ramen zijn hoog, de tegels en enkele volumes donkergrijs.

Angelique, voor wie Bart verse tomatensoep gemaakt heeft, installeert zich aan tafel. Al snel voelt ze zich thuis. Tijdens een kleine rondleiding, wijst Bart de beste plekjes aan in het huis: het terras in de avondzon, waar zomerse feestjes worden gehouden en waar één vis in het compacte vijvertje zwemt. De loungehoek achter glas op de eerste verdieping. De slaapruimte onder het puntdak. Ze worden verbonden door een metalen trap die in het ijla zweeft. ‘mijn huis heeft verschillende niveau’s van intimiteit’, zegt Bart. Beneden is iedereen welkom, op de eerste verdieping zit ik met vrienden en om tot helemaal boven te komen moet je meer scoren, lacht hij.

Angelique krijgt een ticketje voor één dag. Ze mag slapen in zijn vers opgemaakte bed, en genieten van zijn elegante badkamer en open douche – waar je je letterlijk in de zon wast. Ze glundert bij het vooruitzicht. ‘Ik ga mezelf eens goed verwennen.’

 

98 euro per maand

Voor ze Bart naar die andere universiteitsstad stuurt , geeft Angelique hem een handgeschreven briefje met praktische uitleg, en maakt ze hem nieuwsgierig naar de kleine attenties die ze heeft voorzien: vers fruit, ontbijt, lampjes die zullen branden bij zijn aankomst, de sleutel van zijn fiets voor één dag. Zelf trekt ze haar tijdelijke voordeur achter zich dicht, op zoek naar ingrediënten voor een lekker avondmaal. Wat staat er nog op haar programma? ‘Lezen en roken op het terras –zelf heb ik alleen een benauwde koer waar vuilnisbakken staan- het vele licht opslorpen, werken aan de witte keukentafel, wakker worden onder de veluxramen, de trappen op en afzweven – een beetje zoals ik in mijn ministerie rondfladder.’

Niet veel later steekt Bart zijn sleutel in het slot aan de monumentale ingang van het ministerie. Hij loopt door de gangen, die aan een oude muziekschool  doen denken. De wind trekt lichtjes aan de hoge deur, waar het bordje “inlichtingen” is blijven hangen. Het blijkt Angeliques appartement te zijn.  ‘Hij gaat er überkitch aantreffen’ had ze gegniffeld.

‘De verlaten gangen en de muffe geur herinneren nog aan een kantoor, maar binnen heeft ze het zo gezellig gemaakt dat het een gewoon appartement lijkt’, zegt Bart. ‘Ze heeft de vierkante TL-structuren mooi gecamoufleerd . Haar meubels lijken wat bij elkaar geïmproviseerd, maar de details zijn persoonlijk. De kandelaars en de schouwen geven het iets huiselijk. Alleen jammer dat de ramen te hoog zitten om beweging op straat te zien.’

Op de vensterbanken fleuren bloembakken het straatbeeld op. Ze zijn er neergezet door Interim Vastgoedbeheer,  het bedrijf dat zich over gebouw ontfermt die, in afwachting van een nieuwe bestemming, dreigen te verloederen. Door kerken, kastelen, ministeries en luxevilla’s tijdelijk te laten bewonen, beschermen ze ze tegen kraak, diefstal en verval (zie standaard van 4 september). In haar ministerie in hartje Gent, kan Angelique morsen met de ruimte. Ze heeft drie vertrekken met zes meter hoge plafonds, alles samen goed voor 70 m². Omdat ze de huisbewaarder is, betaald ze slechts 98 euro per maand. Voor de andere bewoners is dat 182 euro all-in.

“Ik heb er op losgeleefd en niets gespaard. In Gent vond ik alleen claustrofobische en belachelijk dure studio’s. Toen ik deze kans kreeg heb ik geen minuut getwijfeld. In Nederland is deze woonvorm al meer ingeburgerd. Voor geen geld woon je in oude gebouwen met karakter en hoge, lichte ruimtes. Ondertussen kan je sparen voor je eigen stek. Dat we moeten kuisen, onkruid wieden, bewonersvergaderingen organiseren en alles sober inrichten, nemen we er graag bij. Voor deze prijs mogen ze me 1000 regels opleggen.”

 

Een baksteen in het hoofd

In Leuven geniet Angelique toch van het comfort voor één dag. ‘Bart heeft met dit huis een perfect visitekaartje afgeleverd.’  Op de recentste Vlaamse renovatiedag kwamen 400 geïnteresseerde een kijkje nemen. Angelique is in ieder geval zeer te spreken over de mooie afwerking en het alom tegenwoordige licht. De geknikte designlamp, of de ingenieus gecamoufleerde kleerkast, uit alles spreekt de architect die de puntjes op de i heeft gezet. Om de vier meter heeft Bart een lichtschacht gecreëerd. Er zijn doorkijk-glaspartijen en de veluxen boven kunnen niet worden verduisterd. Wakker worden geberut op het natuurlijke ritme van de dag. ‘ik hoop dat het gaat regenen’, zegt Angelique. ‘Dan hoor ik het lekker roffelen.’

‘Wat ik hier mis, is een foto van Bart’, merkt Angelique op. ‘Bij mij hangt er een collage van kadertjes aan de muur.’ Het is zowat het enige dat ze telkens mee verhuist, net als het luipaarddeken in de salonzetel. Ook haar kleren en potten en pannen gaan telken mee de verhuiswagen in.

‘De keuken heb ik samen met mijn buurman Tom in elkaar gestoken’, zegt ze. ‘We hebben alles wat we nodig hebben, we zijn geen studenten meer.’ Klein detail, in de keuken is geen stromend water. Daarvoor moet je de halve gang door. ‘Allemaal een kwestie van gewoonte’, wimpelt ze de opmerking weg. Bart blijkt echter toch iets meer comfort nodig te hebben om zich thuis te voelen. ‘Ik geef toe dat gevloekt heb toen ik deze ochtend in mijn boxesrshort de gang op moest om naar de douchecel en het toilet te kunnen.’ Een badkuip dichter bij Angelique haar vertrekken is geen optie, want er zijn geen waterleidingen. Het gebouw zorgt er constant voor dat je zijn kantoorverleden niet vergeet.

 

Een tijdelijk Paleis

Bart is niet te beroerd om zich aan te passen aan Angeliques manier van wonen. Hij vindt het zelf interessant. ‘Door wat ik nu zelf heb, zou ik niet meer terug willen. Maar het is een fijne reis terug in de tijd, naar mijn studentenjaren.’ En dus komt er van werken niet veel in huis, maar gaat hij op café met buurman Tom. ‘Deze manier van wonen valt of staat met het gezelschap.’

Wanneer Angelique weer thuiskomt, aan haar eigen voordeur aanbelt en vrolijk ‘Welkom!’ zegt tegen Bart, wisselen ze lof en advies uit. ‘Ik zou zo in Barts huis kunnen wonen’, zegt Angelique. ‘Ik heb heerlijk geslapen, genoten van de douche –ik ben een watermens- en heb de hele ochtend in de zon gezeten op zijn terras. Ik liep wel op kousenvoeten door zijn designinterieur. Ik ben een beetje een lomp varken en was bang om te morsen in zijn hagelwitte keuken. Ik heb wel gestofzuigd en de vuilnisbakken buitengezet’, grinnikt ze.

Bart maakt op zijn beurt geen bezwaar tegen wonen in het ministerie, maar ziet met zijn architectenoog enkele mogelijkheden tot verbetering. ‘Een tussenplafondzou meteen een intiemer gevoel geven. De muur tussen slaap- en leefruimte heeft geen steunfunctie en zou je kunnen uitbreken om één grote ruimte te creëren. Het parkeergebouw zou plaats kunnen maken voor een binnentuin, want nu heb ik mijn ochtendlijke koffieritueel binnen moeten houden. Het pand heeft zeker potentieel.’ ‘Laat je een schetsje achter?’ knipoogt Angelique. ‘Ik zou er hartzeer van hebben mochten hier lofts komen die ik niet kan betalen. Ik droom daarvan, of van een glazen huis in het bos. Een huis kopen blijft de beste investering, maar ik weet zeker dat ik nog naar het buitenland ga.’

Voorlopig is ze heel blij met Gent, al kan ze elk moment het bericht krijgen dat ze het pand moet verlaten.  ‘That’s part of the deal. We krijgen geen garanties, maar hopen doen we allemaal.’ Ondertussen maakt ze toch plannen: voor een hemelbed, om te cocoonen, of dikke stof aan de deur om koning winter buiten te houden. ‘Mensen waarschuwen me dat ik me niet teveel mag hechten aan dit paleisje. Maar ik ga dat zoveel mogelijk doen, en wanneer het tijd is om afscheid te nemen, ben ik daar volwassen genoeg voor.’ Je moet er haar om bewonderen. Het is weinigen gegeven niet te verlangen naar een rustpunt, een postadres, een haven om naar terug te keren.

 

Positief-destructief

Hoewel hun woonvormen op z’n zachtst gezegd anders zijn, blijken Angelique en Bart eenzelfde soort vrijheid van geest te hebben. ‘Ik heb een tijd in Laos gewoond’, zegt Bart. ‘Sinds mijn latste terugkeer heb ik mezelf beloofd om minstens vijf jaar in België te blijven, maar ik had een goede reden nodig. Dat werd mijn eigen huis, mijn eigen project. In de toekomst wil ik terug weg, een plezant en avontuurlijk leven leiden. Daarom ben ik bang om me te setelen. In het verleden heb ik drie keer een “positief-destructieve” dag gehad. Dan zegde ik in één keer mijn huur en job op en vertrok ik. Een eigen huis raak je zo snel niet kwijt, maar ik zal mezelf blijven pushen om niet vast te roesten. Als ik dit moet achterlaten, zal ik blij zijn met de tijd die ik hier gehad heb.’

Ook Angelique heeft veel gereisd, en in Nederland zowel in interim – gezinswoningen al –appartementen gewoond. ‘Bij elke verhuis nam ik steeds minder spullen mee. Bart begrijpt haar onhechtheid, maar geeft toe dat hij niet meer zo zou kunnen leven. ‘Na elke reis stel je vast dat je vrienden geëvolueerd zijn. Het begon me te dagen dat het niet de meest volwassen manier van leven is om om het half jaar van stek te veranderen.’

‘Ach, ik voel me overal thuis’, zegt Angelique. ‘Zolang ik mijn eigen beweegruimte heb en mijn eigen accenten kan leggen, , ben ik gelukkig. Thuis is waar je zelf bent. Thuis zit in je, en neem je overal mee.’

 

Source:  De Standaard Magazine – 25.09.2010 – door Katrien Steyaert

Interim Vastgoedbeheer is ISO-EN-NEN 9001 gecertificeerd

ISO-EN-NEN 9001 certificering